“Ik realiseerde me opeens dat het iemand was die ik al jaren ken”

Het verhaal van Marike Verschoor

“Ruim een jaar geleden was ik op een conferentie. Aan het einde van een workshop kwam er iemand naar binnen gerend en riep: “Er is iemand onwel geworden, wie kan er helpen?” Ik hoorde geschreeuw op de gang en vloog naar buiten. Een collega kwam achter mij aan.

Ik begon met de hartmassage

Op de grond zag ik een man liggen, die op dat moment al werd al gereanimeerd. Ik vroeg of ik kon helpen en nam de reanimatie over. Ik begon met de hartmassage. Het was fijn dat er iemand bij was die aanwijzingen gaf, dat hielp me om de juiste plek voor de compressies te vinden. De collega ging beademen, maar dat lukte niet. Na een paar pogingen nam ik dat over en wisselde ik hartmassage en beademing af.

Pas toen ik een minuut of twee bezig was, realiseerde ik me dat het slachtoffer iemand was die ik al jaren ken. Ik zag toen ook pas dat de vrouw die naast hem op de grond zat een goede vriendin van mij is. Heel bewust dacht ik: “ik moet nu even al mijn emoties uitschakelen”.

Er waren meerdere burgerhulpverleners aanwezig. De samenwerking was heel goed: iemand haalde een schaar om de kleding open te knippen, een ander gaf aanwijzingen en weer anderen maakten ruimte voor de hulpdiensten.

Beademen was moeilijk

Ik vond vooral het beademen heel erg moeilijk. Op een gegeven moment kwam er braaksel omhoog. Ik heb dat met mijn sjaal weggeveegd en daarna geprobeerd toch door te beademen, maar dat lukte me niet meer. Dat vond ik heel erg. Gelukkig kwamen snel daarna de ambulancebroeders binnen. Terwijl zij bezig waren, heb ik nog enkele minuten hartmassage gedaan. Het was geruststellend om te merken dat zowel het tempo als de diepte goed waren.

We konden onze emoties van ons afpraten

Na de reanimatie is er iemand van slachtofferhulp naar het congrescentrum gekomen. Dat was heel fijn. We hebben daar de eerste emoties van ons af kunnen praten. Zo bleek dat degene die begonnen was met de reanimatie, een tengere vrouw, onvoldoende kracht had om de borst van het (zwaarlijvige) slachtoffer diep genoeg in te drukken. Een andere collega, die niet kon reanimeren, heeft geholpen door op haar handen te drukken. Ook was er frustratie omdat het erg lang duurde voordat de AED er was.

Ik vond het verschrikkelijk dat het beademen me niet meer lukte vanwege het braaksel en kon dat gevoel delen met de mensen die er waren. En ook collega’s die niet konden reanimeren en hun hulpeloosheid tijdens de situatie heel erg vonden, konden hun verhaal kwijt. We hoorden daar dat het slachtoffer helaas was overleden.

Als een film in mijn hoofd

De eerste dagen na de reanimatie speelden de gebeurtenissen zich als in een film nog vaak af in mijn hoofd. Ook had ik stevige spierpijn in mijn armen en schouders. Na een paar dagen arriveerde er een bos bloemen van de organisatie van de conferentie, dat waardeerde ik heel erg.

Een week later zijn we met iedereen die heeft geholpen naar de begrafenis geweest. De familie heeft daar hun waardering over onze inzet uitgesproken. Dat gaf rust.

Ik vroeg me af of ik na deze gebeurtenis in staat zou zijn om op oproepen te reageren. Inmiddels heb ik ervaren dat ik zonder aarzelen in de auto spring bij een melding. Wel heb ik een beademingsmaskertje aan een sleutelring gekocht en aan mijn sleutelbos gehangen, zodat ik die altijd bij de hand heb.”