“Te laat of niet, het kan geen kwaad.”

Ik was thuis en niet aan het werk, omdat ik nog aan het bijkomen was van een blindedarmoperatie. Ik kwam van het toilet en ik zag op mijn telefoon een oproep voor een reanimatie, twee straten verder. Zonder te twijfelen, trok ik gympen en een jas aan en ik begon te rennen. Dit was mijn tweede oproep, maar pas de eerste waar ik ook daadwerkelijk heen kon gaan. Ik was best wel bang om als eerste aan te komen. Nadat ik mijn diploma haalde heb ik er, gelukkig, 7 maanden niets mee hoeven.

Ik kwam binnen 1 minuut aan op het adres en ik zag een jongere mevrouw in de deuropening huilen met twee telefoons voor haar. Ik gag aan hulpverlener te zijn en ik vroeg haar waar het slachtoffer zich bevond. Waarop ze antwoordde dat ik hem wel zie. Toen ik binnen stapte, zag ik het slachtoffer midden in de woonkamer liggen. Ik was als eerste aanwezig. De adrenaline stroomde door m’n lijf en zonder te denken, begon ik aan wat mij met de training was geleerd. Ik vroeg of hij bij bewustzijn was. Geen reactie. Ik begon met de reanimatie. Zijn tong was opgezwollen en blauwig en stak uit zijn mond. Ik sloeg zoals geleerd, de mond-op-mond over en bleef bij reanimeren.

Het slachtoffer voelde koud en stijf aan en zijn arm stond wat omhoog. Ik was al even bezig met reanimeren, toen ik rechtsboven ineens vanuit een ooghoek een opengesneden strop zag hangen. Zonder na te denken, ging ik toch door met reanimeren. Ik dacht bij mezelf: “Te laat of niet, het kan in ieder geval geen kwaad.” Ondertussen kwam er een meneer binnen, ik sprak hem aan maar hij zei niks. Hij keek naar mijn handelingen. Binnen diezelfde minuut kwam er nog een mevrouw binnen. Zij was ook een hulpverlener. De man bleek de vader van het slachtoffer te zijn en de andere hulpverlener nam de vader apart en probeerde deze gerust te stellen. 

Hierna kwamen er twee ambulancemensen binnen. Ik stopte mijn handelingen en ik stapte naar achteren. De ambulancebemanning wist bij een eerste blik al genoeg. Zij namen het reanimeren niet over. De man op de grond werd aangesloten voor een meting van de hartslag, maar werd ook meteen dood verklaard. Ik vroeg of ik nog kon helpen, maar dit was niet meer nodig.

Ik stapte naar buiten waar ik meerdere agenten zag aankomen. Hierna heb ik nog geholpen om de drukke hond van het slachtoffer in bedwang te houden. Hier had ik wel wat goede afleiding aan na deze heftige ervaring. De politie nam nog wat verklaringen op en ik kreeg het telefoonnummer van een agent, zodat ik kon bellen wanneer ik het nodig zou hebben. Hierna liep ik naar huis en heb ik mijn moeder gebeld. Toen pas drong het me allemaal door en liet ik toch wat tranen gaan. Nu probeer ik het weer allemaal te vergeten, ik heb gedaan wat ik kon en ik sta gewoon weer klaar voor de volgende oproep.

Niels van Caulil

 

NB: Volgens de richtlijnen die gelden bij het oproepen van burgerhulpverleners om te gaan reanimeren of AED te gebruiken, worden in principe géén burgerhulpverleners opgeroepen bij een verhanging. Uit dit verhaal blijkt dat hier sprake van is en dat er toch hulpverleners zijn opgeroepen. Het komt sporadisch voor dat dit toch gebeurd. Bijvoorbeeld wanneer de beller niet kan verwoorden wat de situatie is en de centralist niet tot het exacte beeld kan komen.