Eerst iemand reanimeren… Daarna zelf gereanimeerd worden

Het was bijna oudejaarsdag. We waren heel laat in bed gekomen en ik werd wakker van een piepje. Slaapdronken keek ik op mijn wekker. Bijna 7 uur. Wat had ik nou gehoord? Weer klonk een piepje en ik besefte dat ik een sms had. Een oproep van HartslagNu. Het adres was een eindje verder in onze straat, bij mensen die ik niet kende. Er stond niets in de sms over het ophalen van een AED. Ik trok snel wat kleren aan en ging er hardlopend naar toe. De voordeur stond open en ik riep “hallo”. “Hier boven”, riep een stem. Daar aangekomen, zag ik een man bewegingsloos liggen tussen het bed en het raam en een vrouw die bij hem was. Via de speaker van de telefoon hoorde ik iemand van 112 zeggen dat de reanimatie nu kon worden overgenomen door degene die gearriveerd was en dat de ambulance er spoedig zou zijn. Ik begon meteen met hartmassage en beademen. Wat later kwam een buurman binnen, die ook opgeroepen was. Hij zei dat de ambulance er aan kwam. Daarna kwam de politie en het ambulancepersoneel met een AED. Er werd een beademingsballon op de mond gezet en ondertussen moest ik doorgaan met hartmassage. De AED werd aangesloten en het ambulancepersoneel nam het van mij over. Ik ben naar beneden gegaan en ik heb daar met familie en politieagenten gepraat. Een tijdje later vertrok de ambulance naar het ziekenhuis. Later die ochtend werd ik gebeld door de politieagent die ik gesproken had. Die vertelde dat het slachtoffer, ondanks de adequate hulp die verleend was, was overleden.

De rest van de dag en de dagen daarna dacht ik er veel aan. Ik had gereageerd op het tweede sms’je, maar normaal krijg ik nooit twee sms’jes van HartslagNu. Ik was meteen begonnen met reanimeren, want het aanspreken van het slachtoffer en het kijken of er ademhaling was, kon ik overslaan. Dit was de eerste keer dat ik bij een oproep daadwerkelijk in actie ben gekomen. De andere keren waren er al hulpverleners aanwezig. Ik weet nu dat ik bij een oproep het verstand op nul zet en gewoon in actie kom. Ik heb mijn best gedaan en daarom ook geen vervelende herinneringen of een schuldgevoel er aan overgehouden…..

…..Een half jaar later.
Het is de derde dag van onze vakantie. Vandaag gaan we met de caravan naar onze eindbestemming in het zuiden van Bourgondië. We zijn net vertrokken van onze overnachtingscamping als ik een pijnlijk gevoel in de buurt van mijn maag en middenrif krijg. Ook moet ik boeren en komt het eten wat omhoog. Het is een naar gevoel wat ik niet eerder heb gehad. Misschien wat verkeerds gegeten. De rest van de dag wordt het niet beter en de gedachte ‘het zal toch niet iets met het hart zijn’, komt ook naar boven. Maar dat kan niet. Het is geen pijn op de borst met uitstralingen. Ik ben kerngezond, een fitte zestiger en (zoals de cardioloog later ook aangaf) heb geen last van stress, ik ben niet te dik, ik rook niet, ik doe aan sport en ik ben niet diabetisch. Maar dezelfde cardioloog zal later ook zeggen dat 20% van de symptomen van een hartinfarct maagklachten zijn. Maar dat weet ik niet. Nadat we ons geïnstalleerd hebben, zeg ik tegen mijn vrouw dat ik niet wil skottelbraaien. ’s Nachts slaap ik redelijk en de andere dag lijkt het wat beter te gaan. We zetten de luifel op, halen boodschappen in de supermarkt en gaan ‘s middags naar het zwembad. Traditiegetrouw kijk ik hoe ver ik dit jaar nog onder water kan zwemmen. Dat is deze vakantie nog wel te verbeteren. ’s Avonds gaan we skottelbraaien en voel ik me weer bijna de oude. Als ik naar de caravan loop om de toetjes op te halen, kan ik nog net tegen mijn vrouw zeggen; “het wordt me helemaal zwart voor de ogen”, en ik zak in elkaar. Mijn vrouw begint te schreeuwen om hulp.

Er staat niemand in de buurt van ons veldje en de receptie, die dichtbij is, is al gesloten. Voor haar gevoel duurt het heel lang voordat er wat mensen aan komen. Een Nederlandse man begint mij, samen met mijn vrouw, te reanimeren en gelukkig vertoon ik snel weer teken van leven. Een Fransman heeft ondertussen 112 gebeld en er komt een ambulance. Als ik weer bij kom (voor mijn gevoel moet ik van heel ver komen), merk ik dat ik op de grond lig en dat er mensen om mij heen staan. Ik moet blijven liggen en begrijp langzaam wat er is gebeurd. Dan hoor ik in de verte een sirene. De broeders van de ambulance kunnen alleen maar Frans, maar handelen wel direct. Ik moet naar een ziekenhuis 35 km verderop en mijn vrouw, die niet mee mag in de ambulance, wordt door een Nederlandse vrouw naar het ziekenhuis gebracht. Ik moet er blijven en een dag later wijst het onderzoek uit dat ik een infarct heb gehad. De katheterisatie gebeurt vier dagen later in een ziekenhuis in Lyon. Dan blijkt dat er geen stents geplaatst kunnen worden, maar dat ik in dit ziekenhuis een week later twee bypasses zal krijgen. Gelukkig verloopt de operatie voorspoedig en mag ik ruim een week later weer naar huis. De auto en de caravan zijn ondertussen door de ANWB naar Nederland gebracht en wij komen met de TGV en een taxi weer thuis. Het is voor ons geen drie weken kamperen geworden, maar voor mij drie weken ziekenhuis en voor mijn vrouw drie weken in een hotel.

Een nachtmerrie was werkelijkheid geworden. Getroffen worden door een hartinfarct op een camping in het buitenland. Het was niet gemakkelijk door o.a. taalproblemen, maar als je in zo’n molen zit, red je het toch wel. We hebben veel steun gehad van onze kinderen. Alle drie kinderen zijn er met hun echtgenotes geweest. Vooral het bezoek in de laatste week van onze dochter was emotioneel. We hadden er helemaal niet opgerekend dat ze zouden komen omdat ze de maand ervoor was bevallen van ons eerste kleinkind. Zonder dat we het wisten stonden ze met hun drieën voor onze neus. Er zijn toen heel wat tranen gevallen. Ook het feit dat we voor het eerst een iPad bij ons hadden, heeft ons er doorheen gesleept. Dat je continu contact kunt hebben met je kinderen, familie en vrienden thuis is ontzettend belangrijk geweest om deze tijd door te komen. Opvallend was later dat de eerste drie weken thuis mij veel en veel langer leken te duren dan de drie weken in het Franse ziekenhuis.

Na een voorspoedige revalidatie gaat het nu weer prima en heb ik al mijn werkzaamheden weer opgepakt. Zelfs ben ik voor het eerst van mijn leven gaan voetballen. Met heel veel plezier speel ik wekelijks walking football bij de Gold Stars van Heracles Almelo. Natuurlijk word je er nog vaak aan herinnerd wat er gebeurd is. Wat mij een goed gevoel heeft gegeven is het feit dat ik mijn hele leven bloeddonor ben geweest. Toen ik na de operatie twee zakken bloed nodig had, dacht ik: “Krijg ik ook eens een keer wat terug”. En tegen alle AED-hulpverleners kan ik zeggen dat het verwerken van het feit dat je gereanimeerd bent gemakkelijker wordt wanneer je zelf ook hulpverlener bent.  En als je zelf een keer helpt bij het reanimeren van een slachtoffer, weet dan dat men jou of jouw naasten ook zal reanimeren als het nodig is.